Om ijskoude zeeën te kunnen bevaren, struinde Willem Barentsz eerst heel de wereld af op zoek naar noodzakelijke kruiden voor in zijn bieren. Bij het kappen van kaneelbomen in Ceylon kwamen heerlijke warme aroma’s vrij en in Zuid-Amerika wezen afstammelingen van de inca’s hem op de zoete smaak van Passiebloem. Deze ingrediënten bleken onmisbaar om het Barentsz Winterbier te maken waarmee hij elke storm trotseerde in zijn zoektocht naar Spitsbergen.
Robuuste quadrupel met een diepe, mahoniebruine kleur, stevige body en een weelderige schuimkraag. Bij elke slok onthult het een harmonieuze combinatie van geroosterde mouten, karamelachtige tonen en subtiele hints van gedroogd fruit en kruiden.
Beoordelingen
Er zijn nog geen beoordelingen.